Curriculum vitae Frank Berendse


Frank Berendse werd in Amersfoort geboren. Hij studeerde biologie in Utrecht en Wageningen. In 1981 promoveerde hij in Utrecht op het proefschrift Competition and equilibrium in grassland communities. Van 1977 tot 1987 werkte hij aan de Rijksuniversiteit Utrecht, eerst als wetenschappelijk medewerker, later als universitair hoofddocent. Van 1987 tot 1994 was hij hoofd van de afdeling Vegetatie-ecologie van het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek. In 1994 werd hij benoemd tot hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie aan Wageningen Universiteit. In 1982, 1999 en 2003 werkte hij respecievelijk op het Natural Resource Ecology Lab (Fort Collins, Colorado), het Institute of Arctic Biology (Fairbanks, Alaska) en het Department of Ecology and Environmental Sciences (Umeå, Zweden). Van 2004 tot 2008 was hij, naast zijn functie als hoogleraar, hoofd van het Centre for Ecosystem Studies van Wageningen University and Research Centre.

Hij vervulde een aantal verschillende wetenschappelijke en bestuurlijke functies, waaronder:
• Scientific Committee and Steering Core Group of the European Science Foundation programme LINKECOL (Linking Community and Ecosystem Ecology)

• Scientific Committee of the SCOPE-project Nitrogen fluxes

• Committee of the Year on Ecology and Evolution (2005-2006) of the US Mathematical Biosciences Institute
• Board of the European Ecological Federation.

• National contact person for the Society for Conservation Biology

• Scientific Council of the European Centre for Nature Conservation (ECNC)

• Editor van drie internationale tijdschriften: Oecologia; Ecosystems; en Perspectives in Plant Ecology, Evolution and Systematics


• Voorzitter NWO prioriteringscommissie voor het veld Ecology, evolution and biodiversity

• Prioriteringscommissie NWO voor de ALW-Top-subsidies

• Programmacommissie NWO Stimuleringsprogramma Biodiversiteit

• Stuurgroep Darwin Centrum (NWO)

• Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

• Bestuur Natuurmonumenten

• Voorzitter bestuurscommissie Beheer, Natuurmonumenten

• Bestuur Stichting Veldornithologisch Onderzoek Nederland (SOVON)

• Voorzitter Heimans en Thijsse Stichting

• Adviescommissie Natuur en landschap van de Raden voor de Leefomgeving


Zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdragen waren:

Het principe van frequentie-afhankelijke concurrentie: hij ontwikkelde de theorie voor frequentie-afhankelijke concurrentie tussen plantensoorten. Deze wiskundige theorie voorspelt dat in een niet-uniforme omgeving het concurrentievermogen afhankelijk is van de frequentie waarmee de soort in een begroeiing voorkomt. Onder bepaalde omstandigheden neemt een soort af wanneer deze talrijk is en neemt ze toe wanneer het aantal klein is. Proeftuinexperimenten bevestigden deze voorspellingen. Daarmee werd een belangrijke, door theorie en experimenten gesteunde, verklaring gegeven voor de stabiliserende regulatie van de aantalsverhoudingen tussen plantenpopulaties.

• Het concept van de relatieve nutriëntenbehoefte: Berendse definieerde de relatieve nutriëntenbehoefte van planten als het nutriëntenverlies per eenheid biomassa per jaar. De theorie die hij op basis van dit concept ontwikkelde maakte het mogelijk om te voorspellen bij welke stikstofbeschikbaarheid een plantensoort door een andere plantensoort vervangen wordt, afhankelijk van de verhouding tussen de relatieve nutriëntenbehoefte en de maximale groeisnelheid van beide soorten. Deze benadering maakte het o.a. mogelijk om stikstofdepositienormen te berekenen.

De theorie van de positieve plant-bodem feedbacks: Relatieve nutriëntenbehoefte en potentiële groeisnelheid zijn sterk gecorreleerd met de afbraaksnelheid van het strooisel dat planten produceren. Soorten met een hoge groeisnelheid hebben op die manier een positief effect op de bodemvruchtbaarheid. Daardoor ontstaat vaak een positieve terugkoppeling tussen plant en bodem die tot zeer snelle veranderingen in de vegetatie kan leiden (bijv. vergrassing van de heide). Recent heeft Berendse deze positieve feedback uitgewerkt als verklaring voor de snelle expansie van angiospermen ten kost van gymnospermen in de tweede helft van het Krijt.

Effecten van biodiversiteitsverlies op ecosysteemfuncties: Enkele jaren terug was er een heftige discussie in Science en Nature over de vraag of eerdere experimenten terecht claimden dat biodiversiteitsverlies een afname van de plantaardige productie tot gevolg had. Berendse en medewerkers vermeden eerdere valkuilen in een nieuw experiment en bewezen overtuigend dat biodiversiteitsverlies negatieve effecten op de productie heeft. Volgens Nature was met dit experiment een definitief einde gekomen aan “the rift over biodiversity that divided ecologists”. Met moleculaire technieken waarmee afzonderlijke wortels kunnen worden herkend wordt nu geprobeerd om het mechanisme van deze effecten beter te begrijpen.

Effectiviteit van agri-environment schemes: De EU besteedt veel geld aan agri-evironment schemes waarin boeren een vergoeding krijgen in ruil voor natuurvriendelijk beheer. Het onderzoek van Berendse en medewerkers toonde aan dat deze contracten niet voldoende zijn. Inmiddels is op basis van dit onderzoek het Nederlandse weidevogelbeleid aanzienlijk bijgesteld. Recent toonde de groep aan dat in geheel Europa bestrijdingsmiddelen nog steeds een belangrijke belemmering zijn voor het herstel van biodiversiteit in het agrarische gebied.

Vegetatie-klimaat feedbacks: Recent is de groep van Berendse gestart met de analyse van mogelijk positieve feedbacks tussen de vegetatie-samenstelling van de toendra en het klimaat in Siberië. De sterke toename van Betula nana als gevolg van hogere temperaturen blijkt een sterk effect te hebben op de energie-balans van het aardoppervlak, hetgeen leidt tot een vertraging van het ontdooien van de permafrost. De consequenties voor de luchttemperatuur worden onderzocht.

Zijn onderzoeksresultaten haalden o.m. de voorpagina van NRC Handelsblad en USA Today, BBC, Financial Times, Frankfurter Zeitung, Le Monde en Discovery Channel Magazine. Berendse behoort internationaal tot de 0,1 % meest geciteerde wetenschappers binnen de discipline ecologie (ISI). Zijn werk werd verschillende malen belicht in de News secties van Nature en Science (Nature (2001) 413: 659; Science (2005) 307: 183; Nature (2006) 439: 908-909 en Nature (2010) 462: 547).

Publikaties in internationale
wetenschappelijke tijdschriften

Wandelingen
Inkijkexemplaar
Bestellen
Wetenschappelijke documentatie
Wandelingen

downlaod start automatisch

  ± 5 km | ± 3 uur Deze wandeling op de noordelijke Veluwe gaat door een vroeger stuifzandgebied dat inmiddels is begroeid met dennenbos en vervolgens door het majestueuze beukenbos langs de Leuvenumsche beek Nergens vind je zoveel paddenstoelen als in de bossen langs deze route.
  ± 5 km | ± 3 uur De wandeling gaat over de oostelijke stuwwal van de Veluwe, door een schitterend Veluws landschap, met mooie oude beukenbossen en uitgestrekte heidevelden (tussen 15 september en 25 december gesloten; geen waardevolle zaken in de auto achterlaten).
  ± 4 km | 2,5 uur Langs de Barneveldse beek ligt een afwisselend beekdallandschap dat door de Barnevelders het Paradijs wordt genoemd. De wandeling voert langs bosjes met Bosanemonen, meanderend beekjes, akkers op dekzandruggen en vochtige heideveldjes.
  ± 8 km | ± 4,5 uur In het gebied van de Drentsche Aa vormt het dal van het Anlooërdiepje een schitterend hoogtepunt. De wandeling vanuit Anloo voert door de hooilanden langs de diepjes, door voorjaarsbosjes en over heidevelden op hoge, verstoven dekzandruggen.
  ± 9 km | ± 5 uur Het Bargerveen is een van de mooiste hoogveengebieden van Nederland. De route gaat dwars door het uitgestrekte veengebied en voert de wandelaar langs levend hoogveen met Veenbes en Lavendelhei, maar ook langs veenplassen met Geoorde futen en Kokmeeuwenkolonies.
  ± 13 km | ± 7 uur Deze wandeling voert door een van de meest schilderachtige streken van Nederland: vanaf Mechelen langs de Geul en de Heimansgroeve naar de grens met België en dan over de heuvelrug aan de westzijde van het Geuldal, langs het Bovenste en Onderste Bosch, weer terug naar Mechelen.
  ± 3 km | ± 2 uur De Westbroekse zodden zijn een mooi voorbeeld van de laagveenmoerassen van West-Nederland. Tijdens deze korte wandeling zie je drijftillen, trilvenen en moerasbosjes met veel bijzondere moerasplanten. Bovendien heb je een goede kans op moerasvogels als Zwarte stern en Purperreiger.
  ± 20 km | ± 4,5 uur Een fietstocht langs de IJssel, die voert over winterdijken, langs doorbraakkolken en mooie kronkelruggen. In de Vreugderijkerwaard zie je vanuit de verte de mooiste rivierduintjes van ons land. Dan met het voetveer de rivier over naar het hardhoutooibos van Zalk.
  ± 15 km | ± 4 uur Fietstocht door het zeekleilandschap van Arkemheen, met de boot het randmeer over en terug door Flevoland. In Arkemheen vind je nog plantensoorten van de oude Zuiderzeekust. Maar bovenal is deze polder een van de rijkste weidevogelgebieden van Nederland.
  ± 3 km | ± 2 uur In de Noordoostpolder ligt het Kuinderbos, voor een deel op het kalkrijke Blokzijlzand, met een indrukwekkende rijkdom aan varens en paddenstoelen. Op een aantal plekken zijn vennen gerestaureerd die hier lagen lang voordat dit land door de Zuiderzee verzwolgen werd.
  ± 9 km | ± 5 uur De duinen van Meijendel vormen een van de meest afwisselende gebieden van Nederland met hoge duinen, valleien en plassen en alles daartussenin. Door de kalkrijke bodem herbergt dit duingebied een rijke flora met een groot aantal zeldzame planten en paddenstoelen.
  ± 14 km | ± 5 uur De wandelroute voert je over de zuidpunt van het eiland Texel en begint direct vanaf de boot. De wandeling biedt een kennismaking met kwelders, droge duinen en schitterende jonge duinvalleien en voert de wandelaar langs kolonies van Grote sterns en Lepelaars.
  1,5 km | ± 1,5 uur De wandeling door de oude binnenstad van Amersfoort voert langs oude grachtenmuren, 19de eeuwse plantsoenen met monumentale bomen en verborgen hofjes met veel dagvlinders en vogels.